Verslag Rwanda (juli 2015)

Rwanda, 12 tot 29 juli 2015

Gaston (22 jaar) loopt met zijn lichaam in een hoek van 90 graden als hij Diana Moerman tegen komt. Zij is de initiator van het Ifumba project en is onder andere actief geweest met het verspreiden van leesbrillen in Nyabinoni, Rwanda. Gaston loopt in een hoek van bijna 90 graden omdat hij anders niet kan zien waar hij loopt. Diana kon hem met een leesbril niet helpen en besloot op zoek te gaan naar een organisatie die dat wel kon. Uiteindelijk is ze bij Stichting Zienderogen terecht gekomen. Na het eerste contact volgde een bespreking en voor je het weet heb je drie optometristen en ondergetekende die op een vliegtuig stappen op weg naar Kigali, Rwanda.

Mijn eerste gedachte bij het horen van de bestemming was uiteraard de genocide van 1994. Een tragische periode in de geschiedenis van een prachtig bergachtig land dat net ten zuiden van de evenaar is gelegen. Rwanda is vandaag de dag een arm land dat nog grotendeels agrarisch is. Het zoekt aansluiting bij het Oost-Afrikaanse handelsblok en is daarom enkele jaren geleden overgestapt op Engels als officiële tweede taal (dit was voorheen Frans). De regering onderneemt veel om vooruitgang te boeken, maar de achterstanden zijn enorm, vooral in de meer afgelegen en/of minder toegankelijke gebieden. De eindbestemming van onze missie is een dergelijk afgelegen gebied. Met deze missie zullen op één plaats werken, Nyabinoni, een gebied in het Muhanga district. Volgens de Rwandezen zo’n beetje het einde van de wereld.

Nyabinoni wordt aangeduid als een ‘vergeten’ gebied. Het gebied is niet erg toegankelijk, zelfs per four-wheel drive is de reis niet ongevaarlijk en komen ook deze auto’s in het natte seizoen regelmatig vast te zitten. Medische hulp maar ook bevoorrading zijn beiden normaal al lastig maar in het natte seizoen bijna onmogelijk. De lokale bevolking loopt vele kilometers (20-40 km) om de kleine winkeltjes te bevoorraden of om naar de kliniek in Ngororero te gaan. Voor specialistische medische hulp moet verder gereisd worden naar steden als Muhanga of Musanze. Die steden zijn eigenlijk onbereikbaar omdat de bevolking het geld voor een eenvoudig buskaartje niet bezit. De kosten voor het reizen naar Muhanga en terug (per auto is het drie uur per enkele reis) staan gelijk aan het salaris voor drie tot vijf werkdagen. Dit gebied beschikt niet over elektriciteit en niet overal is stromend water. Ook kinderen halen iedere dag drinkwater en stookhout.

In deze streek is een lokaal initiatief ontstaan om voor deze kinderen sport- en spelactiviteiten te organiseren. Vanuit dat begin heeft zich een groter project ontwikkeld: Ifumba. Het Ifumba project focust zich op de volgende onderwerpen: (i) educatie, (ii) ontspanning, sport, spel, cultuur, en (iii) gemeenschapszorg en -ontwikkeling/gezondheidszorg. In praktijk vertaalt dat zich naar het opzetten van een naaiklas en diverse clubs (zoals schaak, Engels, Frans, muziek & dans, toneel, voetbal, volleybal, karate, gezelschapsspelletjes en tafeltennis). Maar ook voorlichting op het gebied van landbouw, tuinbouw en voeding, het stichten van een bibliotheek, het opzetten van een printshop, wekelijkse vertoning van film, cursus IT (tot noch toe een theorievak) en het uitdelen van leesbrillen.

Vanuit het Ifumba project is Stichting Zienderogen uitgenodigd om een missie te doen in Nyabinoni. Het project zorgde voor een voorselectie. We zouden twee weken aan het werk gaan en per dag tussen de 80 en 100 mensen meten.

Bepakt en bezakt meldde het team zich op 12 juli in de ochtend op Schiphol. Het team bestond uit Jeroen Mulder (optometrist en bestuurslid van Stichting Zienderogen), Lou Brink (optometrist en orthoptist), Lisette Altena (optometrist) en mijzelf. Vakantietijd in Nederland was net aangebroken en we konden over de hoofden lopen. Naast spullen voor de missie zaten een flink aantal boeken voor de bibliotheek in onze koffers en had Lisette een koffer-vol knuffels en bh’s ingezameld. In Kigali werden we opgewacht door Diane, die met ons naar Muhanga reisde. Hier hebben we de eerste nacht doorgebracht in ‘t hoofdkwartier van het bisdom. Onze eindbestemming was te ver om in t donker af te leggen.

In Muhanga werden we zeer gastvrij ontvangen. De volgende ochtend wilde de bisschop ons graag voor zijn vertrek ontmoeten. Na deze ontmoeting hebben we een bezoek gebracht aan het ‘hôpital de Kabgayi’ alwaar we de van oorsprong Belgische, oogarts Piet Noë werkzaam is. Dokter Piet is één van de tien oogartsen die Rwanda rijk is – op een populatie van ruim 11 miljoen mensen (in Nederland hebben we ongeveer 700 oogartsen). Dokter Piet bleek ondanks veel communicatie zich in Congo te bevinden, een hele Afrikaanse gang van zaken. Zijn ‘kantoormanager’ heeft ons rondgeleid waarna we nog even met de daar opgeleide arts hebben gesproken. De kliniek ziet er professioneel uit en beschikt over een batterij refractie units, uitgerust met spleetlamp, phoropters en applanatie tonometers. Een gemiddelde werkdag van dokter Piet bestaat uit 20-30 operaties, wanneer er ‘in het veld’ wordt gewerkt kan dit aantal oplopen tot 30-50! Na dit bezoek hebben we kort het centrum van de stad bezocht voor een bezoek aan een geldwisselkantoor, de markt en een telefoonwinkel. Het was bijzonder hoeveel bekijks we hadden, ik ben nog nooit zoveel aangestaard.

In de middag zijn we naar Nyabinoni afgereisd. De start was over een goed geasfalteerde weg maar na een ruim uur hebben we de afslag genomen en gingen we de bergen in. De weg was bijzonder mooi en we passeerden wat spannende bruggetjes (de auto was nogal fors). Diane had gelijk dat we deze route in daglicht af moesten leggen. Langs de hele route werden we toegezwaaid door de bevolking. We zouden de komende twee weken te gast zijn bij de parochie. Onder andere ter gelegenheid van ons bezoek (maar ook omdat ze regelmatig gasten een bed moeten aanbieden) hadden ze een huisje opgeknapt. De laatste hand werd hieraan gelegd op het moment dat wij aankwamen. De parochie had het uitstekend geregeld en we hadden allemaal een eigen kamer met zowaar een badkamer, dit was meer dan waarop ik mij had ingesteld.

Na ‘t ontbijt hebben we een rondleiding gehad en de werkruimte geïnspecteerd, de spullen opgezocht en de ruimte ingericht. Omdat alles voorspoedig liep hebben we in de middag al 50 mensen gescreend en geholpen. Daarna kwamen we al snel in het normale werkritme. Iedere dag screenden wij tussen de 90 en 130 mensen. Het proces was efficiënt ingericht. In een ruimte onderaan de berg vond de registratie plaats en per 10 werden de mensen naar de ruimte gestuurd waar het meten plaatsvond. Hier was gelijk de ‘winkel’.

Gedurende de twee weken hebben we veel verschillende dingen gezien en meegemaakt. Wanneer iemand kwam zitten voor de meting werd er gevraagd waar wij ze mee konden helpen. De vertaler vertaalde en meestal volgde een heel verhaal in het Kinyarwanda. Vaak was de conclusie van het verhaal: ‘He cannot see very very very small things very close by and very very very small things very far away…’. Ook de term ‘it’s all darkness’ hebben we meer dan eens gehoord. Een man spande de kroon, zijn klacht was ’he cannot see in the dark’, helaas konden we hem niet helpen. Deze mensen zorgden voor een lach op onze gezichten.

Helaas hebben we ook wat minder leuke dingen gezien. Zo zagen we een baby van een paar maanden oud met hele witte ogen (ophake corneae). Tegen de moeder was door een lokale healthworker gezegd dat ze te hard had gelachen tijdens haar zwangerschap en dat dat de reden was waarom het kindje zulke ogen had. De baby hebben doorverwezen naar een oogarts. We hebben begrepen dat er tijdens de zwangerschap een infectie in de baarmoeder is ontstaan waardoor het kindje blind is geworden. Het kindje wordt nu wel opgenomen in een traject voor blinden. Daarnaast hebben we veel kinderen gezien met door stof en vuil ontstoken ogen; allergische conjunctivitis. Ook deze kinderen konden we helaas niet helpen, de meest ernstige gevallen hebben we een zonnebril gegeven om het kijken iets makkelijker te maken en de ogen tegen de zon te beschermen. Daarnaast hebben we voorlichting gegeven over het belang van goede (oog)hygiëne. Tenslotte ook veel ouderen met staar of littekens op de corneae. De kinderen en andere mensen die eigenlijk naar een oogarts moeten worden op een speciale lijst gezet en er wordt vanuit het Ifumba project (in samenwerking met Stichting Zienderogen) gekeken of deze mensen geholpen kunnen worden aan de juiste zorg.

In the end, is het ongelofelijk mooi om iemand gelukkig te zien met een bril. We hebben veel leesbrillen uitgedeeld en ik geloof dat de oudste man 95 was. Vaak vragen ze of ze mogen lezen bij het aanmeten van de bril en wij hadden een boek met psalmen te leen gekregen. De blijde gezichten waren onvergetelijk. Na twee weken draaien stond de teller op 955 mensen. Er zijn ruim 500 leesbrillen uitgedeeld en er worden nog 100 brillen op maat gemaakt in Nederland. Gaston konden we helaas niet helpen; in het verleden heeft hij meerdere oogoperaties gehad, waarschijnlijk op een te late leeftijd waardoor de ogen waarschijnlijk nooit goed zijn ontwikkeld.

Het Ifumba project werd tijdens ons verblijf officieel geopend. Op zondag was er een mis waarna speeches en demonstraties elkaar afwisselden. Van over de gehele berg zijn mensen op de opening afgekomen en zelfs de burgemeester van het district was aanwezig. Ook Jeroen heeft een toespraak gehouden waar hij viermaal applaus voor kreeg.

Na twee weken hebben we nog 5 dagen in Rwanda doorgebracht om wat meer te zien van het land en meer te leren van haar geschiedenis. Wat de missieleden betreft was het een geslaagde reis!

Babette Waltman, 12 augustus 2015