Verslag Roemenie 1 (maart 2007)

Kaart in het midden plaatsen
Verkeer knop
Fietsend
Transit

Daartoe uitgenodigd door de Blindenbond in Baia Mare, vertrekken op 15 maart Sjors de Jong en John Moen (opticiens-optometristen) met Zienderogenvoorzitter Jacques Tuinder naar Roemenië. Ditmaal met een tot de nok gevulde Landrover, twee reisdagen heen en twee reisdagen terug. Het gaat om een afstand van ca.1800 km. Overnachtingen vonden in de buurt van Boedapest plaats.

16 maart. Om ongeveer 17 uur ontmoeten we onze (Esperanto sprekende) contactpersoon, Maria Laszlo, en de voorzitter van de Blindenbond, Ing. Carlos Polcz. Ook Doina Burzo is er; zij stond ons reeds eerder bij als Esperanto-tolk in Cluj-Napoca (tweemaal) en in Constanta. Er volgt een diner in het pension naast het bureau van de Bond; daar worden we ondergebracht. Omdat zich hier vroeger leden van de Securitate kwamen ‘ontspannen’, willen we niet graag blijven in dit onderkomen, dat veel van een bordeel weg heeft. We vinden later een uitstekend plekje bij de Katholieke Caritas, waar Zuster (Schwester) Bernadette (een wolk van een religieuze!) en haar medezusters ons een gastvrij thuis bieden (er is ook een ‘stiltecentrum’!).

17 maart. Kennismaking met het werk van de 2700 leden tellende Blindenbond op hun Centrum, armoedig gehuisvest. De organisatie is op 1 januari een NGO geworden en krijgt dus geen subsidie meer. We leren er Carlos en zijn staf (Catalina en Claudio) kennen. Al gauw stromen slechtzienden toe om ons hoopvol aan te kijken. We zijn daar de gehele dag tot 19 uur aan het werk geweest; stonden uiteraard voor zeer moeilijke casuistiek.

18 maart. Zondag. Rustdag. In de ochtenduren maken we een stadswandeling en lopen even binnen in een orthodoxe en een r.k. kerk. Daarna bezoeken we met mensen van de Blindenbond (twee auto’s) diverse mooie excursiedoelen (Mogosa en Suior). Het is koud, en onderweg verwarmen we ons rond een plek waar het naar verschroeid vlees riekt. We sluiten de dag af met een gezellig en spotgoedkoop etentje in een ‘middeleeuws’ restaurant.

19 maart. We melden ons om 9 uur bij de Bond en staan even later in de witte jas. Een aantal patienten houdt al de wacht. Onze aanwezigheid gaat als een lopend vuurtje door de stad. We kunnen toch veel mensen met een bril van dienst zijn. Het is hartverwarmend om te zien, hoe Sjors en John samenwerken en elkaar bij lastige casussen consulteren. We maken tussen de middag kennis met de Zusters van Barmhartigheid, die zich voor de Roma op de vuilnisbelt inzetten. In hun tehuis, deels hun klooster, kunnen we verblijven. Centru Comunitar “St.Francisc de Assisi”.

20/21/22 maart. Drie dagen zullen we werken in de Maximum Security Prison van Baia Mare. We worden hartelijk ontvangen door een directielid, Batinas Ioan. Hij zegt: “De hulp richt zich meestal op andere strafgestichten. In de twintig jaar dat ik hier werk, is er niets veranderd. Ik ben erg blij met jullie komst!” We worden ‘gedecoreerd’ als ‘vizitator’ van Penitenciarul cu Regim de Maxima Siguranta. Huisvesting is afschuwelijk. Gevangenen in overvolle cellen hebben de hele dag niks te doen! We worden gehaald met een microbusje van de inrichting, en als dat ouwe beestje op een avond niet wil starten, worden we weggebracht met een stadsbus. Drie dagen met veel plezier gewerkt. Ioan is erg betrokken bij ons werk. Zorgt voor goede maaltijden (“Wat willen jullie morgen eten?” Een vraag, die wel nooit aan een gedetineerde wordt gesteld. Die moet het doen met een half brood, een schep slobber, een fles water en een kop koffie of thee). Weer opvallend is het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke gedetineerden. Vrouwen komen op haar paasbest gekleed en goed verzorgd, brengen ook een vrolijke sfeer mee. Als ik na een meting van een vrouw – ik sta meestal bij de leeskaart aan te wijzen – uitroep: “Honderd procent!” dan komt er uit de zaal een onverwachte stem, die mijn bevinding becommentarieert met “Bingo!” We schieten allemaal in de lach.

We horen van slachtoffers van vrouwenhandel. Mogen de plaats zien, waar vrouwen arbeid verrichten (ze maken o.m. bedradingen voor de Mercedes; zullen daar zelf wel nooit in rijden). We mogen ook een ‘Camera’ zien. Zes paar stapelbedden. Warm en heel gezellig, ook met bloemen en planten, ingerichte ruimte. “We hebben het met elkaar hier best naar onze zin!” horen we in steenkolennederlands… Elke dag arbeid betekent een zakgeldje en een korting op de straftijd. Maar niet ‘alles’ is vrolijk, want een vrouw laat ook een foto zien van haar twee jonge kinderen. “Ik kan in elk geval financieel voor ze zorgen!” Op donderdagavond nodigt Maria Laszlo mij uit om kennis te maken met de plaatselijke Esperanto-groep. Ook twee pastores zijn er aanwezig. Leuk iemand terug te zien, die ook – als tolk – op de Kerkenvergadering in Graz was.

We bemerken, dat we in rap tempo door de herenmonturen raken. Sjors neemt contact op met zijn zoon, die ook in het vak zit, en toezegt via DHL een grote doos op te sturen. Die komt na drie dagen al aan.

23 maart. Vandaag zijn we de gehele dag werkzaam in het tehuis van de zusters. Uitgenodigd zijn de Roma; na verloop van enige tijd sluiten zich steeds meer zusters aan, die uit alle hoeken van Maramures komen samengestroomd. De oudste is 95 jaar. Zij kunnen over hun leven, vooral ook in de Ceaucescutijd, wel een boek schrijven! We zijn werkzaam van 9 – 22.15 uur, met twee kleine onderbrekingen voor de maaltijd. Vier Ursulinnen moeten nog even wachten op een ander tijdstip…

24 maart. We gaan vandaag naar een Asylum, een verzorgingstehuis dat ca 15 km buiten de stad ligt. Zeventig mensen, bejaard en/of met een handicap, worden er verpleegd. Het is er geen paradijs, maar de Frans sprekende directrice Donica (maatschappelijk werkster van professie) maakt er met haar staf het beste van. We zijn de gehele dag bezig. Als grote verrassing wordt ons ’s avonds een schitterend orgelconcert in de (goed gevulde) katholieke kerk aangeboden! De organist trok alle registers open om van zijn dank te doen blijken…

25 maart. Weer een excursiedag, want het is zondag. Met twee auto’s gaan we er op uit en bezoeken tal van mooie plekjes, kerken, kloosters, pittoreske dorpjes, het vrolijke kerkhof (Sighet, Barsana, Cimitimul Vesel). Sluiten de dag af met een heerlijk etentje in een gerenommeerd restaurant. Wordt ons ook weer aangeboden… Er spreekt veel waardering uit!

26 maart. Het kan niet elke dag feest zijn. Werken vandaag voor het laatst onder het dak van de Blindenbond, waar velen de ultieme mogelijkheid aangrijpen om ons te consulteren. Wat verder op de dag vertrekken we naar Gherla; daar hebben we al eerder gewerkt in de gevangenis. Maar we worden niet toegelaten, omdat we geen ‘approbation’ van de Minister van Justitie kunnen overleggen (een dankbrief van de gevangenis in Baia Mare was niet genoeg!). We besluiten onder te duiken in een pension en te zien, wat we verder kunnen. Gebeld met Cornelia van de blindenschool in Cluj-Napoca. “Kom maar hier heen, er is werk genoeg!” Zo gezegd, zo gedaan.

27 maart. Komen 9.30 uur aan bij de Blindenschool. Rondleiding. Bezoek aan Dovenschool aan de overkant. Daar maken we alles gereed voor de vele oogmetingen, die we er zullen doen.

28 maart. De zuster en zwager van Cornelia (directrice blindenschool) zitten in het bestuur van een Christelijke Foundation, die zich inzet voor de Roma in het westelijk stadsdeel. “Willen jullie ook hier komen werken?” Er ligt een lijst met 30 namen klaar. We worden afgehaald door Peter (hij heeft contact met een baptistengemeente in Katwijk) en zeer gastvrij ontvangen in een goed opgezet Sociaal-Medisch Centrum. Veel hulpgoederen en medikamenten liggen er opgeslagen. Er is ook een maatschappelijk werker in dienst. Maken kennis met de pastor, die een lastige oogziekte heeft. Na een goed verzorgde middagmaaltijd, waaronder veel gelachen werd (enkele weduwen koken voor ons; ze zijn soms op zoek naar een ‘husband’, maar vonden er totdusver nooit een in de honderden dozen, die uit Nederland worden aangeleverd!!). In de middag gaan we met dokter Stanca naar Pata Rat, waar ik al twee keer eerder ben geweest. Het kamp op de vuilnisbelt ziet er nog steeds vreselijk uit. Wel zijn er wat meer houten huisjes gebouwd, zoals Zienderogen er een schonk aan de familie van de blinde tweeling. Er is nu ook begonnen met de bouw van een Sanitair Centrum, zodat de circa honderd Romafamilies voor al hun behoeften niet meer op één kraan zijn aangewezen… We doen er weer tal van oogmetingen en bezoeken de door onze Stichting ‘geadopteerde’ familie. Een triest beeld. De tweeling ligt op het enige bed in het huisje, onderlichaam bloot. Ze lijken nauwelijks gegroeid. Dunne armpjes en beentjes. Kunnen niet kruipen en staan. Vegeterende wezentjes. Zeer trieste aanblik. Moeder staat erbij, zes maanden in verwachting van haar tiende kind. een dochter van 16 met haar tweejarig zoontje op de arm en ook nog een kindje in haar buik… Sjors onderzoekt de vier oogjes met zijn oogspiegel. Wat zal er van die lieve kindjes worden?

Pas laat in de avond gaan we naar Vanda (onderdirecteur van de blindenschool) en zijn vrouw Helena (masseuze), die ons uitnodigen voor het diner. We worden door de zoon naar de dovenschool gebracht, waar we – wel een beetje primitief – konden overnachten. We moeten al weer vroeg uit de veren…

29 maart. We doen nog een groot aantal oogmetingen bij veel dove kinderen en hun onderwijsgevenden, nemen afscheid en gaan naar het ziekenhuis, waar onze tolk Doina met maagklachten moest worden opgenomen. Vreselijk oud gebouw. We brengen haar een bloemetje. Daarna vertrekken we huiswaarts. We hebben twee dagen om onze missie te evalueren. In één woord: positief, want we hebben ons kunnen richten op de armsten van de armen. We maken een stop op weg naar Gyer, waar we op 30 maart, vermoeid maar met veel voldoening over een geslaagde missie, om 20.00 uur (Jisp) en 20.45 (Heemskerk) aankomen. Kortom, reizen per auto mag geslaagd heten!

Mijn dank gaat uit naar Alina, Bernadette, Carlos, Catalina, Claudio, Cornelia, Doina, Helena, Helga, Ioan, John, Julia, Liliane, Magdalena, Maria, Otto, Petros, Sjors, Vanda, Zoe, en vele anderen.

Jacques Tuinder

 

[dcwsb inline=”true”]