Verslag Kaliningrad (november 2008)

Kaart in het midden plaatsen
Verkeer knop
Fietsend
Transit

Van een Zienderogen-missie zou je kunnen zeggen: ‘dat is andere koek’! En dit keer klopte dit op een heel bijzondere wijze. Toen het team op 1 november om vijf uur in de nacht uit Dordrecht wilde vertrekken, kwam Specsaver Marc met een pallet koek aanzetten, ontbijtkoek wel te verstaan. En nog beter te verstaan: ontbijtkoek van wereldfaam, want geproduceerd door de Koninklijke Peijnenburg B.V. in Geldrop.

Opticien Jan Pluimert, die al eerder werkzaam was in Albanie, Bulgarije en Sri Lanka, had zijn Ford Taunus tot de nok volgeladen met instrumenten, monturen, lees- en zonnebrillen, koffers, kleding, geschenken, lekkers-voor-kinderen, kortom – in rond hollands – met food en non food. Er kon eigenlijk niets meer bij, want er moest ook nog een plekje voor Fred van der Schalie vrij blijven. Ondergetekende werd verzocht op de achterbank plaats te nemen, waar het luchtledige werd opgevuld met ontbijtkoeken, zoals gezegd gesponsord door de Koninklijke Peijnenburg B.V. (uiterste verkoopdatum: 09.02.09). We behoefden de honderd dozen van tien stuks derhalve niet snel achter elkaar te consumeren. Om een lang verhaal kort te maken: de koeken waren niet gevuld, maar de Ford Taunus wel. Over de slechte wegen, die we soms op ons pad kwamen, werkten de koeken voor mij als perfecte ‘schokbrekers’… Een deel van de pallet moest in Dordrecht achterblijven en zou op een later tijdstip en op een andere wijze onze sponsors ten goede komen. Het is duidelijk dat veel donateurs v/m in Heemskerk en omgeving nu weten, hoe koninklijk ontbijtkoek kan smaken.

U moet het vandaag maar voor zoete koek aannemen, als ik beweer dat het een vruchtbare missie moest worden. Het leek dus al bij vertrek allemaal koek en ei, al onttrokken de tijdens het productieproces verwerkte eieren zich natuurlijk aan het oog. Om even over vijf startte Jan Pluimert zijn Ford Taunus. Hij zou in 15 dagen bijna 4.000 km achter het stuur zitten. En naarmate het aantal ontbijtkoeken slonk, wisten we ons dichter bij huis.

Maar zo ver was het nog lang niet. Na een tussenstop in Polen – vlak bij een begraafplaats vol bloemen en lichtjes (morgen zou het Allerzielen zijn) vonden we een hotelletje – bereikten we zondagmiddag om 14 uur de pools-russische grens. We zetten onze klokjes een uur vooruit, zodat het dus 15 uur was. Aan de poolse kant verliepen de formaliteiten soepel en probleemloos. Maar toen nog proberen het land van bestemming binnen te komen… We moesten allemaal de wagen uit. De President-Directeur van het Zienderogenbedrijf uiteraard ook. En bij het uitstappen golfde een lading koeken mee, vlak voor de voeten van douanebeambten. Die wilden wel eens weten, wat het verband is tussen oogzorg en ontbijtkoek, welk verband niet onmiddellijk inzichtelijk bleek. We moesten ermee voor de dag komen, zagen al meteen dat deze in onze ogen wat al te krijgshaftig geuniformeerde grensbewakers het naadje van de kous wilden weten en niets moesten hebben van kletskoek…

Alle documenten – officiele uitnodigingen en dergelijke – ten spijt moest de wagen op de brug en werd telkens gevraagd: ‘wat zit daarin?’ en ‘wat is dat daar?’ De hashhond liep tussen onze benen door maar werd niet opgewonden van de geur van de uitbundig gesponsorde lekkernij. Er moesten alle mogelijke en onmogelijke formulieren worden ingevuld, en toen er 2 uur verstreken waren mochten we eindelijk door de slagbomen. Op de terugweg mochten we bijna 4,5 uur voor de grens wachten!!!

In alle tehuizen, die we in Kaliningrad en omgeving bezochten, konden we rijkelijk onze koeken uitdelen. Steeds kwamen er bewoners (bejaarden en patienten met allerhande beperkingen), die graag wilden koekhappen, naar ons toe om ons – soms slim, soms wat onhandig – een Peijnenburg afhandig te maken. Een attractie van geheel andere aard was dat Fred in de opera zingt. Als er weer eens een gehandicapt kind uitriep IK ZIE, IK ZIE, dan bracht hij een schitterende aria ten gehore, waarmee hij als het ware een blik verzorgenden opentrok… Die wilden het kulturele stukje gouden rand om onze missie niet mislopen!

De Blindenbond had ons ondergebracht in een tehuis in Pionersky (Neukuren), waaraan Igor, een goed verteller met authentieke pretoogjes, als arts is verbonden. Hij had twee weken vacantie opgenomen om ons te begeleiden van locatie naar locatie. Omdat hij in Duitsland had gestudeerd, was de taal geen probleem. Hij vertelde ons veel over de geschiedenis van het vroegere Oost-Pruisen, toen Kaliningrad nog Konigsberg heette. In de documentatie, die wij onderweg kregen, lees ik tot mijn verbazing over zijn Pflegeheim: ‘a Federal children’s orthopaedic sanatorium, the only of its kind in the whole world’. Nou, dat was even te veel ‘aangezet’! Voor ons team was uniek, dat het aan de Oostzee is gelegen, waar het heerlijk was een strandwandeling te maken.

Nog gedetineerden gezien? Nee, deze keer niet. De autoriteiten in Moskou huldigden de opvatting, dat alleen buitenlanders, die een strafbaar feit plegen, in gevangenissen welkom zijn. Nou, daartoe kon ik Jan en Fred niet bewegen. Zij hadden nog steeds geen strafblad en wilden dat voorlopig zo laten.

Bijzonder was, dat we in dat ‘unieke’ tehuis aan de Oostzee een aardige fysiotherapeute uit Letland ontmoetten, die ons uitnodigde ook haar land eens met een opticiens-team te bezoeken. Maar eerst staan er nog andere reizen op het programma. Ja, met een dankbaar knipoogje naar de gulle directie van de Koninklijke Peijnenburg B.V.: twee weekjes oogmeten in Verweggistan, dat is andere koek!!

Jacques Tuinder

[dcwsb inline=”true”]