Verslag Congo (september 2010)

Jaren geleden kocht ik in Frankrijk de klassieker “Kuifje in Afrika”, in het Frans welteverstaan en dus met de titel “Tintin au Congo”. Je zou dat een profetische aankoop kunnen noemen, want we zijn zojuist teruggekeerd van een missie in Congo, het hart van Afrika. De in het boek (harde kaft) figurerende automobiel, muskieten, papegaai, aap, krokodil en paters komen ook voor in ons verhaal! Compleet in het Frans. Van 2 tot en met 14 september 2010 is er een equipe, samengesteld door stichting Zienderogen, bezig geweest om te zien of een oogmeetsafari zijn vruchten zou afwerpen. Het is bekend dat 3 op de 4 blinde mensen in de derde wereld onnodig blind zijn geworden. Tijdige hulp en ingrepen hadden veel leed kunnen voorkomen. Vandaar dit ‘proefproject’ voor de eerste keer in de Congo. De voorzitter en voortrekker van de stichting, Jacques Tuinder (1933) spreekt Esperanto en heeft zo zijn vrienden en bekenden in vele werelddelen en landen, waar de stichting “Evidente” (Esperanto voor Zienderogen) een graag geziene gast is. En zo belandden twee jonge optometristen, Jeroen Mulder en Lou Brink, samen met de voorzitter Jacques en ondergetekende (toegevoegd als tolk, PR man en bewaarder der penningen) in de Democratische Republiek Congo, een immens land met 67 miljoen inwoners, ooit eigendom van koning Leopold van Belgie en daarna kolonie van onze zuiderburen. Gaat u mee op reis? Wees gewaarschuwd: het is er heet, stoffig, de elektriciteit valt regelmatig uit, ook de waterleiding laat het vaak afweten, het geld ziet zwart en de mensen ook. Nog steeds interesse? Dan gaan we!

Donderdag 2 september. 
Air France bracht ons van Amsterdam naar Parijs en vandaar in een dikke Airbus A330 naar Kinshasa, de hoofdstad van Congo. In Parijs enig oponthoud vanwege een lekke band van de 330… maar na precies 8 uur en 1 minuut vliegen stonden we op Congolese grond. We werden verwacht! Geen geschuifel langs de gewone hokjes met douane en andere overheidsdienaren, maar keurig via het hokje ‘officials only’. Met een pick-up werden we naar ons slaapadres gereden een slordige 30 kilometer verderop. Koffers achterin de open bak en daar weer twee bewakers bovenop. In het donker kregen we een eerste impressie van het chaotische verkeer. Ontzettend veel busjes geschilderd in blauw(boven) en geel (onder) verzorgden zo te zien het openbaar vervoer, met de nadruk op open. We kregen de indruk dat zo ongeveer alle VW-busjes uit de jaren 60, die door de hippies werden gebruikt om naar India te reizen, nu in Kinshasa rondrijden. Gebutst en gehavend en voorzien van 4 bankjes voor 4 man per bankje achterin, terwijl de bestuurder ook nog eens 2 passagiers naast zich duldt. Totaal aantal inzittenden: 19. Tel daarbij op de op/aan de treeplank hangende personen en voila: kleine indruk van het rollend OV materieel. Al het tussen elkaar door wriemelend verkeer werpt niet alleen stof op, maar gebruikt zo te zien ook nog eens veel olie. Walmende vrachtwagens benemen je soms het zicht op je voorganger. Ons onderkomen was bij de paters Redemptoristen, waar we ieder een kamer kregen toegewezen met douche(bak) en keihard bed. Toilet op de galerij. Bij aankomst: geen licht en geen water. Zullen we meer meemaken! Het bleek een nogal lawaaiig onderkomen. Grootste schreeuwlelijk: een grijze roodstaartpapegaai, die floot, Jacko riep, klokte, andere vogels imiteerde en zich contant achterstevoren door z’n kooi bewoog. Mihou, mihou. Zelfs nu ik dit schrijf hoor ik ‘m nog. Rare nacht met veel lawaai en aanvallende muskiet. (ja, we slikken Malarone, maar een klamboe was toch leuk geweest…)

Vrijdag 3 september.
De dag begon met een ontbijt dat de volgende dagen niet erg van samenstelling zou veranderen. Broodje met gebakken ei (tomaat en/of ui meegebakken), geen boter, een klein potje ananasjam en een bak koffie (Nescafe). Er is meestal ook een flesje water per persoon. Drinken uit de kraan is niet heel slim. Na het ontbijt werden we verwacht bij enige hoogwaardigheidsbekleders. Eerst vertelden we ons verhaal, c.q. onze plannen aan William Mousafira, directeur van de gehandicaptenzorg in Kinshasa. Daarna eenzelfde sessie met mevrouw Astrid Moanch, de administratrice van het Caritas-centrum, waar we aan het werk zouden gaan. Zonder hun hulp en toestemming zou het nauwelijks mogelijk zijn om ook maar één paar ogen te meten. Onze bezwaren tegen het betalen van 85,00 Euro p.p. voor onze (humanitaire) visa werden tegemoet gekomen doordat we de komende week gebruik mogen maken van de Toyota Landcruiser van het ministerie van Gezondheid met bijbehorende chauffeur Patrick! Dat scheelt veel gedoe en onkosten, die we liever zien vloeien naar de mensen, die zich echt geen bril kunnen veroorloven. Na de twee gesprekjes hebben we een pasgebouwde kliniek in Masina bezocht, waar de Christoffel Blinden Mission (Duitsland) een vinger in de pap heeft. Maar wat voor een vinger! Men heeft er inmiddels al heel wat ogen gemeten en een 70-tal oogoperaties uitgevoerd, maar het zit wat tegen: het ziekenhuis is nog niet op het elektriciteitsnet aangesloten, heeft blijkbaar een verkeerde eigen transformator aangesloten, die weer verwijderd moet worden en vanwege de vele problemen staan de 40 openbare en 20 prive bedjes leeg. De aangestelde Duitse co-worker Jean-Claude heeft nog heel wat problemen op te lossen. We gingen weer huiswaarts voor het avondeten. Menu? Vis, gebakken banaan, maniok, kool, rijst, tomaat, banaan. Ook een menu dat de volgende dagen niet veel zou veranderen. Voor de Bourgondiers onder ons: alles werd koud geserveerd, ook de patatjes en de zoete aardappels die af en toe werden bijgevoegd. Gelukkig was er wel mayonaise… Fotograferen blijkt soms niet gewenst; oppassen is de boodschap. Bier is er wel: 0,72 liter Primus voor omgerekend 3 Amerikaanse dollars. Om 20.45 was het bedtijd. Muskiet is nog steeds op jacht.

Zaterdag 4 september.
Om 08.00 uur ontbijt. Vandaag een bezoek gebracht aan de blindenschool ‘Bartimee’ (door wie we uiteindelijk zijn uitgenodigd). Trieste aangelegenheid. Van een aantal bestaande huizen heeft men een ‘school’ gemaakt. Schoolklassen bleken niet groter dan 3×3 meter, waar dan 9 leerlingen les kregen. Eerlijk gezegd kreeg ik flash-backs naar vroeger tijden en zag ik de enige geit van mijn grootvader in een prachtig, schoon stalletje staan. De onderkomens van de blinde kinderen tarten alle beschrijvingen. Gelukkig zijn er niet al teveel interne leerlingen, want dan lig je met z’n drieen in één bed… Voor de blindenschool konden we ter plekke drie splinternieuwe braille-schrijfmachines met schrijfborden en abacussen aanschaffen voor 1000 Amerikaanse dollars. Een welkome aanvulling op de schaarse lesmaterialen voor de 105 blinde kinderen, verdeeld over lagere school (60) en middelbare school (45). Er was een vraag om een computer te leveren voor de administratie, maar bij afwezigheid van elektra bleek uiteindelijk de vuriger wens: aansluiting op het net. We lieten knuffels en muziekinstrumenten achter voor de kinderen. We kregen niets aangeboden, gewoonweg vanwege het feit dat er niets was. Er was ook nog een toilet, waarvan één van ons gebruik wenste te maken. Dat betreurde hij daarna. Na dit ontluisterend bezoek een kijkje in een prive kliniek. Een kraamkliniek voor de happy few! Een complete couveuse afdeling met een 26-weeks jongetje. Die happy few kwamen we ook tegen in het restaurant “Madame Colonel” waar onze helpers ons mee naar toe namen voor een snelle snack. Snel niet dus en de snack van een over het bord hangende vis c.q. superkip was ook niet aan ons besteed. Hoofdgerecht: 23 dollar! Dus hebben we net zolang gepraat tot we één visje en één kip met patat konden verdelen over 7 borden. We blijven natuurlijk Nederlanders… Wel zagen we daar dus enige blijkbaar welgestelde Congolezen schransen. Het avondeten bij de paters was aangevuld met een stuk draadjesvlees en papaya! Een welkom toetje! Zaterdagavond, dus vroeg naar bed was niet noodzakelijk. Verpozen: klaverjassen. Lou had zowaar een spel kaarten mee en zo was het ineens 22.30 uur.

Zondag 5 september: Rustdag. 
De auto van het Ministerie zou vandaag geen meter rijden en de enige optie die we aangeboden kregen was een rit per ingehuurde auto en chauffeur door de omgeving. Dat leek ons de beste optie. Daarvoor moesten we samen 70 dollar ophoesten en stonden we om 08.00 klaar om wat van Congo te gaan zien. Om 11.00 arriveerde de auto met chauffeur. Het werd de kerk van de H. Rita (??) alwaar we nog net een staartje van de Mis meekregen, ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van een non. Het zingen van het jeugdige koor klonk verrassend mooi in mijn oren, de overige riten niet zo. Na de mis zouden we een waterval bezoeken, maar dat uitje werd doorkruist door de eerste regenval van het jaar. Het regenseizoen begint altijd op of na 15 september, maar een forse donderklap en een flap water kondigden dit seizoen onverhoeds iets eerder aan. Het was onmogelijk om er te komen. De volgende toeristische trekpleister (in de ogen van onze begeleiders) was de campus van de universiteit van Kinshasa. Veel gebouwen gezien. Edoch, wij hadden een ietwat andere verwachting van een toeristische attractie. Daarna zijn we naar familie van Jean Bosco Malanda gegaan (esperantist en vriend van Jacques, die vele hobbels om naar de Congo te gaan heeft gladgestreken) om vrouw en kinderen te ontmoeten. Leuk intermezzo met een colaatje. Thuisgekomen wierpen we ons weer op de koude patatjes, de rijst en de tomaten om na een rondje klaverjassen ons weer ter ruste te begeven om 22.15 uur. Morgen eindelijk aan het werk!!

Maandag 6 september. 
Afspraak was om het ontbijt om 07.00 te nuttigen. Iedereen was aanwezig behalve onze voorzitter Jacques! Onwel geworden in de douche? In coma op zijn bed? Allerlei doemscenario’s kruisten onze gedachten. Een blik werpen in zijn kamer was problematisch, en net toen we op zoek waren naar een reservesleutel, kwam Jacques fluitend de kapel uit lopen, alwaar hij de schaarse stilte had opgezocht menend dat we om 07.30 aan het ontbijt zouden gaan. Omstreeks die tijd zou de auto voor staan, maar ook dat werd een uurtje later. Om 09.45 uur konden we dan eindelijk aan het werk in het hospitaaltje van Caritas na het uitpakken van de vele brilmonturen, kant en klare leesbrillen en zonnebrillen. Twee patienten konden gelijk worden geholpen. E;én door Lou, die door Jacques werd geassisteerd, en de tweede door zoon en vader Mulder , die het andere team vormden. Het zaaltje waarin de werkzaamheden werden verricht was voorzien van airco, dus lekker om te werken. Kwam je dan even in de (overvolle) wachtkamer, dan viel de warmte over je heen als een oververhitte elektrische deken. Vanuit Nederland meegebrachte spekken (is dat chocolade?), ansichtkaarten, ballonnen en kleurplaten (dank Dekamarkt!) verzachtten het kinderleed ruimschoots. Er bleek v;éél aan de hand op oogheelkundig gebied. Veel slecht uitgevoerde staaroperaties en veel mensen die eigenlijk meteen geopereerd zouden moeten worden. Af en toe hielden we een korte pauze voor een slok water of koffie en een banaan. Ruim 100 mensen hebben we vandaag gemeten. Velen gingen blij de deur uit met een leesbril en de verzuchting: “ik kan weer lezen! ” Om 18.45 was het einde werkdag, nadat we eerst nog even het kader van het ziekenhuisje hadden gemeten. Tijdens ons avondmaal viel het licht uit. Bij het opendraaien van de douchekraan vielen er welgeteld drie druppels naar beneden. Emmertje water bracht uitkomst om het zweet en de stof te verwijderen. Om 21.30 uur gaar naar bed…

Dinsdag 7 september.
Precies om 07.00 uur ontbijt. Onze Afrikanen kwamen ons slechts 10 minuutjes te laat ophalen en zo konden we al om 08.15 aan het werk. De lijst van mensen die ooit al eens een oogmeting hadden ondergaan (in het verleden), maar waaraan nooit enig vervolg was gegeven, was snel afgewerkt. Maar de tam-tam had zijn werk gedaan. De wachtkamer zag letterlijk zwart van de mensen, die maar al te graag hun ogen wilden laten meten of die alleen maar op een zonnebril uit waren. Zo werd een boom van een Congolees voor het eerst van zijn leven voorzien van een bril met een sterkte van -14!! Hij heeft een kwartier lang met de pasbril op in de tuin gelopen om te zien of hij er mee worden kon. De kant en klare leesbrillen vonden, na meting, gretig aftrek. Ook werden er brillen verstrekt aan mensen, die analfabeet bleken te zijn. Maar nu kunnen ze in ieder geval weer handwerken! Kleine tussenpauzes wisselden de noeste arbeid af. Aan het eind van de dag om 18.00 bleek een nieuw “Zienderogen-record” te zijn gevestigd: exact 147 mensen werden er geholpen. We keerden weer huiswaarts (naar de Redemptoristen-opvang) om ons over de koude patatten, rijst, vis, banaan en kool te buigen. Er kwam water uit de douche. Een hele straal. Waar een mens in Afrika zich al niet over kan verheugen. Om 21.00 uur tevreden naar bed.

Woensdag 8 september.
Vandaag slechts tot 12.00 uur gewerkt. De afwisseling airco/elektrische deken eiste zijn tol. Meerderen van ons hebben een zere keel, zijn verkouden of hebben een hoofd vol watten. Toch nog 65 mensen kunnen helpen. Tijdens het werk gingen de hemelsluizen open en volgde een krakende donderslag. Het licht viel uit en de werkzaamheden lagen even stil. Gelukkig konden door de opgeladen accu de metingen worden vervolgd. Na 12.00 uur alles ingepakt. We werden verwacht bij de heer Pierre Locadi, de secretaris-generaal van de landelijke Gezondheidszorg, waar we ons verhaal weer moesten doen, omdat we nu naar Beneden-Congo zouden afzakken om daar aan het werk te gaan. Na deze ontmoeting gingen we naar mevrouw Marie Madeleine Mienze, de vice secretaris-generaal van de PPRD. (Partie du Peuple pour Reconstruction et la Democratie Volkspartij voor Opbouw en Democratie ) de partij van de huidige president Joseph Kabila Kabange!). Een belangrijke vrouw die ons prompt uitnodigde om morgenochtend bij haar te komen ontbijten in haar eigen woning in Mbanza-Ngungu. Die plaats ligt 150 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Kinshasa en daar zouden we de volgende dagen gaan meten. Zonder de hulp van deze hoogwaardigheidsbekleders zou het niet mogelijk zijn om aan het werk te gaan. Tot onze niet geringe verbazing kwamen we nu ook in een gedeelte van de stad, die er nogal Europees uitzag! Met hoogbouw. In onze opinie was Kinshasa vooral een gigantische vuilnisbelt met een paar brede straten. En heel veel stoffige, ongeasfalteerde straatjes vol met winkeltjes en achteloos weggeworpen vuilnis. Wel hadden we al het Palais du Peuple (Paleis van het Volk) gezien met een brede, schone boulevard en verlichting die niet zou misstaan op het Binnenhof. Ook de Avenue Kasavubu en Lumumba, compleet met standbeelden van de oud leiders, konden nog wel door de beugel, maar dit was echt anders! We moesten euro’s omwisselen voor dollars en dat gebeurde in een (te) mooi gebouw, compleet met roltrappen. Om 16.45 gingen we na een laatste hap, bepakt en bezakt (boven op de auto!) richting Bas-Congo. Het duurde even voordat we Kinshasa uit waren. Autos-busjes-autos-busjes en nog meer auto’s en busjes. De rit naar het zuiden zou zo’n 1,5 uur in beslag nemen. 10 Kilometer voor het einddoel kregen we een lekke band. In het pikkedonker werd bij het licht van de sterren en een led-zaklampje de band vervangen. Precies drie uur na vertrek uit Kinshasa bereikten we onze eindbestemming. Wederom een gastenverblijf bij de paters Redemptoristen. Hoewel we dit stadje (200.000 inwoners, maar geen oogarts of opticien te bekennen!) in de bush als minder hadden gekwalificeerd bleek er zelfs op iedere kamer een toilet aanwezig. En dat voor de helft van de prijs, die we in Kinshasa betaalden. Marie Madeleine Mienze is afkomstig uit deze stad en is door de bevolking gekozen. Het was voor haar dan ook belangrijk om de kiezers te laten zien dat ze werkelijk iets voor hen kan betekenen… Radio en TV zouden morgen aanwezig zijn om verslag te doen van haar liefde voor het volk.

Donderdag 9 september.
Dus togen we vanmorgen vroeg naar de woning van de secretaris-generaal. Tot onze verbazing was er kaas als beleg! Een welkome aanvulling op de gebakken eieren en de ananasjam. We ontbeten samen en daarna was het werken geblazen. In het plaatselijke kraamcentrum was er eerst buiten een toespraak tot de samengestroomde bevolking en de radio bleek een cassetterecordertje te zijn, de televisie een kleine camcorder, die door één van haar veiligheidsmensen werd gehanteerd. Gelukkig konden we daarna snel aan het werk in een veel kleinere behuizing dan op de vorige werkplek en ook nog eens zonder airco. In de pauzes schepten we een luchtje en zagen we veel moeders met pasgeboren babies. Het was leuk om in gesprek te komen met de patienten daar. Ook de ballonnen waren weer graag gewilde attributen en braken vaak het ijs tussen blank en bruin. (zwart) Om 17.30 moesten we de werkzaamheden staken in verband met te weinig licht. Hadden we in Kinshasa nog TL-buizen boven ons branden, hier was het een gloeilampje van 40 Watt voor de hele ruimte. Om 18.10 gaat in Congo het licht uit en om 18.20 is het helemaal donker. De tocht terug naar huis is steeds een belevenis. Anders dan in Kinshasa wonen de mensen hier echt nog in hutten, vaak gefabriceerd van takken en modder met riet als bedekking. Taferelen zo weggelopen uit de zendings- en missieblaadjes van weleer. De vele kinderen die er rondlopen gilden steevast: mendèlè, mendèlè wat “witte mensen” betekent. Die zagen ze niet veel. Wij lieten dat natuurlijk niet op ons kop zitten en wij riepen terug: ndombè, ndombè, wat “zwarte mensen” betekent in het Lingala, de taal die daar wordt gebezigd. Daar keken ze zichtbaar van op! Kon ik in Kinshasa goed uit de voeten met mijn Frans, hier in Mbanza-Ngungu moest er vaak een tweede vertaler bijkomen om het Lingala weer in het Frans te vertalen… Dat een vertaler (lees: ondergetekende) ook nog wel eens lelijk de fout in kan gaan moge blijken uit het volgende: Om het binnenste van een oog te kunnen bekijken, gebruiken de optometristen druppeltjes, waardoor na 45 minuten de pupil zo verwijd is, dat men naar binnen kan kijken om een eventuele afwijking te kunnen constateren. Dat moest natuurlijk wel even verteld worden en gevraagd worden aan de patient. Ik zei dan dat er wat ‘essence’ in hun ogen zou worden gedruppeld. Na één dag kwam ik er achter dat ‘essence’ geen essence betekent maar benzine! Dus snel overgeschakeld naar ‘quelques gouttes d humidite speciale’ oftewel enige druppels speciaal vocht… Kwam wat minder heftig over! Deze dag hebben we naast de officiele plichtplegingen toch 104 mensen kunnen helpen. Mensen die anders nooit aan een bril zouden kunnen komen, omdat ze gewoon de middelen niet hebben. Na de werkdag hebben we gegeten (wat marginaal deze keer) en daarna was er bier en zelfs wijn. Onder het genot van een glaasje hebben we de dag geevolueerd, lekker bijgekletst dus en zijn we om 21.45 onder het dunne dekbedovertrekje gekropen.

Vrijdag 10 september. 
Om 07.00 stipt aan het ontbijt. Even na achten kwamen we op de werkplek aan, waar het zo vroeg al letterlijk zwart zag van het volk. Het was nogal rumoerig, want mensen die van 60 kilometer ver weg kwamen, wilden als eersten geholpen worden omdat ze bang waren om zonder gemeten te zijn weer te worden weggestuurd. Gelukkig behoefden wij ons niet druk te maken over de patientenstroom en werd dat in goede banen geleid door Gaston en Jean Bosco. De score van vandaag werd opgeschroefd tot 124 personen en om 17.15 moesten we de pasdoos dichtklappen omdat er te weinig licht voor metingen overbleef. Thuisgekomen bleek de elektriciteit te zijn uitgevallen en moesten we eten bij kaarslicht. Heeft ook wel wat. Ons eten was deze keer geprepareerd op houtskoolvuurtjes buiten. Meestal duurde een storing niet al te lang, maar deze keer moesten we toch met een flakkerend kaarsje ons bed zien te vinden. Klaverjassen in donker is nogal inspannend dus om 21.00 uur vonden we het welletjes. Nog één dag werken hier ter plekke en dan weer terug naar Kinshasa.

Zaterdag 11 september.
Er zouden nogal wat kinderen komen om gemeten te worden. Althans dat was ons toegefluisterd. Lou, als kinderspecialiste zat er klaar voor, maar lang niet alle uitgenodigde kinderen kwamen opdagen. Ouders vonden het blijkbaar niet nodig om de gang naar het kraamkliniekje te maken. Toch zat de wachtkamer weer overvol en konden we 106 mensen helpen aan een nieuwe bril om ver te zien of aan een leesbril. Soms ook aan beide! In Nederland is een varifocus bril vaak het antwoord op de onmogelijkheid om èn ver te kunnen zien èn te kunnen lezen. Niet in de Congo. Hier werd meestentijds gekozen voor twee brillen. We kwamen weer veel oudere mensen tegen met staar. Vaak aan beide ogen. Een eenvoudige operatie (de z.g.n. staarsteek) zou veel mensen het zicht weer terug kunnen geven in hun ogen. Deze missie zal dus waarschijnlijk worden gevolgd door een missie waarbij twee oogartsen en een low-vision specialist zullen worden toegevoegd aan de optometristen. Tenslotte lieten wij uiteindelijk slechts een proefballon op (naast die andere felgekleurde en begeerde ballonnetjes in zwarte kinderhandjes.) Door de slechte klimatologische en onhygienische omstandigheden zijn er veel droge ogen door stof, rook en hitte en wrijven kinderen (te) veel in hun ogen. Uiteindelijk leidt dat in sommige gevallen zelfs tot blindheid. Om 16.00 hebben we onze spullen opgeruimd en kregen we een toespraak van de plaatselijke gezondheids ambtenaar. Toen pas ontdekten we ook het spandoek, waarop in wervende letters stond geschreven dat Mevrouw Marie Madeleine Mienze in samenwerking met Nederlandse vrienden een gratis oogheelkundig onderzoek aanbood(!!) Het spandoek hebben we als bewijs meegenomen naar Nederland. Jacques houdt op verzoek nogal eens spreekbeurten voor Vrouwenverenigingen etc. en dit zijn natuurlijk leuke attributen om te laten zien. Terug in ons onderkomen hebben we (voor t eerst) even in de zon gezeten om daarna ons koude avondmaal te nuttigen. We vonden warempel spaghetti in de pan, naast de bekende kip met 20.000 vlieguren, de rijst en de bananen. Zaterdagavond dus tijd om uit te gaan. In een vrij grote ruimte, voorzien van gordijnen, die als afscheiding konden dienen en één grote luidsprekerbox konden we plaats nemen op de bekende blauwe plastic stoeltjes en iets bestellen. De geproduceerde decibellen waren iets te veel voor de oren van Jacques en ondergetekende, dus besloten we een rondje te gaan wandelen. De markt bleek na het invallen van de duisternis gewoon door te gaan en bij het licht van vuurtjes en olielampjes was het een indrukwekkende belevenis. Ook alle ‘winkels’ bleken nog open en een rondgang door een soort Hema (eigenaar: een chinees!) was ook zeer vermakelijk. Van zaklamp tot baseballpet. Buiten konden we ons geld o.a. kwijt aan eetbare insecten, keurig opgestapelde tomaatjes, aubergines of een stapeltje houtskool. De decibellen uit de box werden bij onze terugkomst in het etablissement wat teruggeschroefd zodat we konden horen wat we zeiden, maar om 21.30 vonden we het welletjes. Een uurtje later was het bedtijd.

Zondag 12 september.
We zijn gisteravond gebeld door de regionale radio omroep. We mochten ons verhaal wel kwijt voor de radio als we 250 Amerikaanse dollars betaalden. Toen we niet zo erg happig reageerden werd de prijs teruggeschroefd naar 25,00 dollar. Maar toen wij op onze beurt een bedrag van 100 dollars vroegen voor een uniek interview, ja een echte primeur, trad er snel een algehele radiostilte op… De wegen in Congo worden aangelegd door de Chinezen. Vaak was er dus een vrachtwagen met Chinese tekens daarop dwars over de weg te zien. Naast de meeste wegen liggen links en rechts nogal diepe greppels, die hoogstwaarschijnlijk het regenwater tijdens het regenseizoen moeten verwerken. Overal was dan ook te zien dat men druk bezig was de verwaarloosde en vol met rommel en/of zand zittende greppels leeg te scheppen om het verwachte water af te voeren. Over drie dagen, op of na 15 september begint het jaarlijkse regenseizoen. Vanmorgen zijn we om 08.00 gaan ontbijten. Het eeuwige gebakken ei maar eens links laten liggen en een sardientje geprobeerd. Daarna zijn we de markt bij daglicht gaan bekijken. Een zeer kleurrijk en bezienswaardig schouwspel. Lou kocht een lap stof van 6 meter voor 15,00 dollar. Daar haalt ze wel een jurkje of vijf uit. Verder hebben we ons niet aan goedbedoelde prullaria voor de thuisblijvers bezondigd, maar zijn we op visite gegaan bij de ouders van Jean Bosco. Er werd naar hartenlust gefotografeerd, er werden handen geschud en als klap op de vuurpijl kregen we voor bewezen diensten een kip aangeboden. Een levende welteverstaan. Bij enig nader onderzoek bleek de kip een haan te zijn, want een kip (met gouden eieren) slacht je natuurlijk niet. Deze haan was dus om op te eten. Jacques nam hem onbewogen in ontvangst, zonder met zijn ogen te knipperen. Had dit hoogstwaarschijnlijk al eerder aan de hand gehad. De haan werd op de bodem van de auto gelegd (pootjes vastgebonden) en elke keer als iemand zich bewoog of zijn voet verzette liet hij een ontevreden gekukel horen. Tijdens de rit naar huis heeft Jeroen de haan een dopje water gegeven, waardoor hij de reis overleefde en wij hem konden overhandigen aan de tuinman van de paters Redemptoristen. De volgende dag kregen we kip, of haan, maar onze ‘eigen’ haan scharrelde alive and kicking door de tuin… Tijdens het meten van ogen kwamen we ook een jongen van een jaar of tien tegen, die bijna blind is. Gloire Bakanda is zijn naam. We hebben zijn ouders bezocht en gevraagd of hij naar de blindenschool mocht. Dit wordt door de stichting Zienderogen begeleid en betaald. Hij is de zesde blinde, die dankzij de stichting kan gaan leren (braille!) en zodoende weer hoop heeft voor de toekomst. Op de markt hadden we al een schooluniform voor hem gekocht (7,00 dollar) als tastbaar symbool. Tussen de hutten lagen een paar fietsen en Jeroen kon het natuurlijk niet nalaten om op zo’n stalen ros zijn kunsten te vertonen. Hilariteit alom. Vooral de toegestroomde jeugd kwam niet meer bij. Na het bezoek aan de ouders van Gloire was de moeder van Gaston aan de beurt. Ook daar foto’s en handen geven. Hier kwam (gelukkig) geen kip of haan meer aan te pas. Armoe troef. Om 13.00 uur gingen we weer richting hoofdstad Kinshasa. Onze missie in bas-Congo zat er op. Na enige tientallen kilometers sloegen we af richting botanische tuin, die we dankzij bemiddeling van Marie Madeleine (gratis) konden bezoeken. Een leuke afwisseling. Vooral toen zij zelf in hoogsteigen persoon bij de poort informeerde of alles naar wens was. Ook via haar kregen we de mogelijkheid om mangostans te proeven, een onooglijke vrucht die na openmaken, heerlijk vruchtvlees bleek te bevatten. In de botanische tuin ontmoetten we onze enige aap (in hok) en krokodil (in hok). Naast natuurlijk de meest exotische boom en plantensoorten. Rond 17.00 uur reden we weer Kinshasa binnen en werden we verwacht bij de esperantisten-club. Daar konden we niet met Nederlands, Engels, Duits of West-Fries terecht. Maar gekoeld bier en fris deden ons goed en ons Frans werd danig op de proef gesteld. Na dit intermezzo gingen we weer naar de gastverblijven van de paters, waar we reeds eerder waren ondergebracht. Voelde dus weer als ‘thuis’. Ook al was er geen (drink)water, geen zeep, geen handdoek en geen toiletpapier. Beetje behelpen dus. Net als met de koude frites en de andere op tafel gezette dis. Om 21.00 uur de bedden opgezocht.

Maandag 13 september.
Om 07.00 ontbijt en om 09.00 aan het werk. In de zelfde omgeving als we reeds eerder hadden gedaan. Weer airco dus. Toch wel lekker om in te werken, we zijn klaarblijkelijk gewend geraakt aan de warmtewisselingen. De snotneuzen zijn droog. Om 12.30 werden we opgehaald om ‘even’ een uurtje ergens te gaan eten met.. jawel hoor, Marie Madeleine. Warm eten dus! Zelf was ze niet van de partij, maar tijdens de koffie wipte ze toch even aan om ons de hand te schudden. Het werd een lang uurtje. Om 15.15 konden we eindelijk weer aan het werk en om 19.00 uur viel het licht uit. Helaas voor de laatste vier patienten konden wij hen niet meer helpen. De teller stond op 127 voor deze dag. Uiteindelijk hebben we zo’n 120 brillen op maat aangemeten en een veelvoud daarvan uitgegeven of besteld aan kant en klare leesbrillen. Onze meegenomen voorraad zonnebrillen was na 4 dagen uitgeput. De brillen op maat worden in Nederland van geslepen glazen voorzien (door diverse opticiens gratis gemonteerd) en worden dan in één keer met bijbehorend label voorzien van de naam van de patient, teruggestuurd naar Kinshasa. Onze mensen in Congo zullen zorgen voor de distributie van de brillen naar de juiste persoon. Om 20.00 uur konden we weer eten en de wat mindere thuiskomst gisteren werd door de paters ruimschoots goedgemaakt door het verstrekken van véél fruit. Bananen, mango’s, papaya’s en grapefruits. De koude zoete aardappelen, spinazie met vis en graten, en rijst werden dus weggespoeld met fruit en koffie. Het was vandaag de laatste werkdag. Een klaterende douche luidde een tevreden avond in. Om 23.15 gingen de luiken dicht.

Dinsdag 14 september.
We hadden met elkaar besloten niet meer aan het werk te gaan. Er moest nog geld gewisseld worden om de brailleschrijfmachines in dollars te kunnen betalen, onze Congolese werkers wilden we wat toestoppen en ook de paters zaten te wachten op hun geld. De Congolese franken zijn meestal erg vies. Ze gaan dan ook van hand tot hand en wisselen rap van eigenaar. Voor 1 Amerikaanse dollar krijg je 900 Franken. Men staat dan ook met stapels geld op straat te zwaaien. Pecunia non olet. Latijn voor: geld stinkt niet. In Congo wel. Na de wisseltruc in de bank met de grote roltrappen nog een laatste lunch genuttigd bij de paters. Toen was het echt tijd om te vertrekken. Maar niet voor dat we weer Marie Madeleine ontmoetten in een restaurant in Kinshasa. In de buitenlucht onder een rieten dakje zat ze te vergaderen met een andere hoogwaardigheidsbekleder. Wij kregen een flesje fris aangeboden en na het afscheid nemen van haar gesprekspartner, kwam ze naar ons toe met cadeaus! Ieder van ons kreeg een koperen afbeelding van een Afrikaans tafereel. Zij pakte de cadeaus zelf uit en vertelde dan aan ons wat de afbeeldingen precies voorstelden. Toen was het tijd om echt afscheid te nemen. Op naar het vliegveld. Via de ‘officials only’ ingang. We kwamen de vertrekhal voor officials niet in voordat we luchthavenbelasting hadden betaald. Mocht in Euro’s: 40 per persoon! Om 17.00 namen we afscheid van Jean Bosco en Gaston en om 21.35 uur gingen we de lucht in met Air France. Naar Parijs, naar huis. Bij het openen van de koffer thuis kropen de Congolese mieren uit mijn gebruikte T-shirtjes. Dat duurde natuurlijk niet lang. ‘Kill the bugs and safe the people’ is een slogan die we al eerder in Afrika hebben geleerd. Tweeeneenhalve kilo lichter, maar vele indrukken zwaarder kwam ik weer thuis. Na een dankbare missie. Klaagden veel Congolezen over droge ogen, die van mij werden af en toe nat bij het zien van een kind dat een brilletje kreeg aangemeten en de wetenschap dat het binnenkort weer helder zou kunnen zien. Maar dat kon ook net zo goed aan de anti-malaria tabletten gelegen hebben. Is een bijwerking van ‘Malarone’. Staat in de bijsluiter…

Ursem, 20 september 2010

Nico Mulder

[dcwsb inline=”true”]