Zienderogen in de Media: Bulletin KGY

Zo gauw het nieuwe jaar begint, open ik mijn eerste maandbrief met een ‘openingsrede’, waarin ik alle zienderogenden een gelukkig, gezond, voorspoedig, gezegend, zalig, zonnig (* doorhalen wat niet verlangd wordt) jaar toewens. En ik eindig het jaar altijd weer met een z.g. ‘sluitrede’. Die staat steeds in het teken van dankbaarheid voor het ontvangene en hoop op/verwachting van het nog te ontvangene. Maar het woordje sluitrede heeft nog een andere betekenis. Ik bedoel als synoniem van een syllogisme, ‘gevolgtrekking met de daartoe leidende redenen of overwegingen’. Volgens De Dikke Van Dale is een syllogisme ‘een logische redenering of denkhandeling die uit drie delen bestaat: twee premissen (de major term, de hoofdstelling, en de minor term, daaraan ondergeschikt) waaruit men een conclusie of besluit afleidt’. Als u niet houdt van een snelkursus Logica, dan moet u maar niet verder lezen, maar wellicht wilt u toch wel weten, waartoe mijn huidige ‘sluitrede’ zou kunnen leiden.

In een ver verleden had ik, begerig naar wijsheid, het vak filosofie in mijn pakket. En ik koesterde een bijzondere voorliefde voor de Logica. En omdat er alleen maar heren in de klas zaten, legde ik me toe op de ‘mannenlogica’, wel te onderscheiden van de gelijknamige wetenschap, op eigen en eigenzinnige wijze door het andere geslacht bedreven.

Niemand minder dan Aristoteles heeft een prachtige definitie van de volstrekte of bevestigende sluitrede bedacht: ‘de rede waar, zodra, een tweetal gegevens gesteld wordt, iets anders noodzakelijk uit de bewuste stelling volgt’. De verwerpelijkste vorm van een sluitrede is de ‘bedrieglijke’ of ‘misleidende’; we spreken dan van sofisme.

Mij is het eerste voorbeeld van een sluitend syllogisme altijd bijgebleven. De major term luidde: ‘omnis homo mortalis’, ieder mens is sterfelijk. De minor term: Petrus (of Paulus of Jacobus) is een mens. En de te trekken conclusie uit beide gegeven premissen is zienderogen evident. Ergo, Piet komt op een gegeven dag Petrus Mors tegen! Dat is, zeggen we, logisch.

In 1966 hoorde ik voor het eerst van de onnodige blindheid. Ik had toen niet kunnen vermoeden dat mijn niet veel voorstellende ‘particulier initiatief’ als esperantist, als gebruiker van de Taal van de Hoop, die Hoop wilde geven aan mensen die Hopen op licht (Aktie E3) – op den duur zou kunnen uitgroeien tot de Stichting Zienderogen.

Maar als je tegen de tachtig gaat lopen, komt het logische ‘omnis homo mortalis’ steeds dichterbij. In de loop van de tijd hebben veel mensen me gevraagd: wie neemt het in de toekomst van je over? Die mensen hebben zich zelf nooit kandidaat gesteld om in de schoenen te stappen, die voor mijn deur worden gezet, als ik ze niet meer kan aantrekken. Ik heb steevast geantwoord: “Wacht nou niet op mijn dood, maar begin gewoon, zoals ik begonnen ben! ” Dan is er tenminste weer een blindheidsbestrijder bezig, en dat kan geen kwaad, gezien de omvang van het probleem!

Ik heb er alle vertrouwen in, dat het werk wel zal doorgaan, gezien het grote aantal mensen, met wie ik in al die jaren op pad ben geweest. Sommige dingen zullen anders gaan: er zullen wat meer bomen worden gekapt, en enveloppen worden niet meer – zoals ik leerde van Albert Schweitzer – omgekeerd en hergebruikt. Er komen wellicht accept-giro’s. Misschien houdt de formule ‘100% naar het goede doel’ ook niet meer stand.

Wat nooit mag veranderen is het doel. En dat is ook een sluitrede, pak weg: geformuleerd als een sofisme: Drie op de vier blinden zijn onnodig blind (major); Zienderogen zet zich in voor onnodig-blinden (minor); De ziende wereld heeft daar oog voor (conclusio).

Wie maakt er een sluitend syllogisme van? Onder de prijswinnaars wordt een volledige Esperanto-kursus verloot, want voor mij geldt het navolgende syllogisme: Esperanto is een taal voor mensen die nadenken (major); Jantje is een mens, die nadenkt (minor); Ergo, Jantje bedient zich van het Esperanto! (conclusio)

Jacques Tuinder