Noodkreet uit Congo

Al enige tijd heeft de Stichting Zienderogen contact met de blindenschool in Kinshasa (Congo). We hebben onlangs vier blinde weeskinderen (financieel) geadopteerd wat het lesgeld betreft. In een land, waar jarenlang een burgeroorlog woedt, vallen de eerste slachtoffers onder mensen met een handicap.

Esperantisten hebben een jongeman uit Congo leren kennen, Joseph Bicingini Apasa, die student was aan de Universiteit van Bukavu, provincie Kivu. Zoals bekend, heerst er in Congo al tientallen jaren een oorlogssituatie. Deelname aan het geweldloze studentenprotest heeft er toe geleid, dat Joseph zonder pardon zijn land moest verlaten. Hij heeft daarna lange tijd als vluchteling in Zuid-Afrika gewoond.

Een paar jaar geleden ontmoette Joseph op een Esperanto-kongres in Zuid-Afrika Andrzej Grzebowski van het Internationaal Studiecentrum voor Toerisme en Kultuur in Bydgosczc (Polen). Joseph werd geattendeerd op de mogelijkheid daar te studeren, maar dat is al gauw geen succes gebleken. Thans studeert hij aan de Politechnische Universiteit in Lodz.

De ouders van Joseph en twee broers en een zus wonen nog steeds in Uvira. Een zus en een broer zijn slechtziend, zodat hun toekomst er niet aantrekkelijk uitziet. Vanwege hun handicap konden zij geen voortgezet onderwijs volgen. Omdat zij geen opleiding en werk hebben kunnen zij ook niet in hun onderhoud voorzien, terwijl hun ouders nauwelijks een inkomen en ook niet het eeuwige leven hebben.

De vraag luidt: kan Zienderogen iets voor hen doen? En als een vraag ons bereikt, gaan we er serieus naar kijken.

Joseph schreef onlangs:

“Als een land een regering heeft, die gehandicapten niet beschermt, zich niet om hen bekommert, niet zorgt voor onderdak, scholing en werkgelegenheid, verdient de hoogste overheid dan de naam van regering? Die ‘regering’ is er alleen maar op uit belastinggeld van de arme mensen te plukken om daarmee hun zakken te vullen. En dat is niet alleen in Congo zo, maar ik denk in veel landen, ook buiten Afrika.

Schijnbaar wordt de situatie in Congo iets beter. Onze president heeft een akkoord gesloten met de ruandese krijgsmacht om samen de strijd aan te binden tegen de rebellen, die zich schuilhouden in de bossen. Ik ben erg bang, dat het daar opnieuw moord en doodslag zal worden, natuurlijk ten koste van onschuldige burgers die zich niet kunnen verdedigen. Zo heeft onze regering enkele weken geleden ook contact gezocht met Uganda, met als gevolg dat de rebellen van dat land – die zich over de velden verspreid hadden, honderden burgers om het leven brachten, terwijl het uiterst zwakke leger van ons land niet in staat is zijn burgers te verdedigen. De mensen moesten dus zeer op hun hoede zijn, zelfs verhuizen, maar tot op de dag van vandaag gebeurt het af en toe, dat de rebellen ergens in het land weer mensen vermoorden. Dat gebeurde en gebeurt nog steeds in grens gebieden met Uganda, de Oostprovincie en Noordelijk Kivu. Het nieuwe akkoord met Ruanda zal op de eerste plaats onze provincie (Zuidelijk Kivu) treffen, waar zich de rebellen uit Ruanda bevinden.

De toekomst ziet er voor mijn familie, en met name mijn gehandicapte zus en broer, slecht uit.”

Zienderogen gaat bekijken, of er goede kanalen zijn om de zus en broer van Joseph Apasa te helpen.

Jacques Tuinder (februari 2009)