Nieuwsbrief november 2010

Welkom

Deze maand is het precies 44 jaar geleden, dat ik begonnen ben met de bestrijding van de vermijdbare blind- en slechtziendheid. Er bereikten mij onlangs geluiden, dat het aantal onnodig-blinden geleidelijk aan het teruglopen is. Laten we hopen dat de statistieken – ik probeer me er wel eens een voorstelling van te maken! – ditmaal eens gelijk hebben!

Zoals bekend, is Zienderogen er dit jaar zes maal op uitgetrokken. Toen ik begin november in Kaliningrad, onderdeel van de Russische Federatie, het lijstje opsomde: Congo, Marokko, Mauritanie, Oekraine en Sri Lanka, vonden veel mensen dat Rusland daar eigenlijk niet goed in paste! “Wij zijn toch geen ontwikkelingsland?” Mijn aarzelende reactie was: nee en ja. “Ik heb de indruk, dat jullie een rijk land zijn, maar die rijkdom ligt mijn inziens teveel opgetast in een zeer beperkt aantal zakken!” Ik heb veel mensen ontmoet die nog geen 200 euro in de maand verdienen. In de tehuizen waar we aan het werk waren, spraken we met verzorgsters die nauwelijks 150 euro krijgen toegestopt! En dat voor arbeid, die toch erg zwaar en verantwoordelijk is.

Ons team (alle hulde en dank!), ditmaal bestaande uit de oogarts Frank Koole, de drie opticiens Maurice van Baekel, Jan Pluimert en Marc van Wingerden, en ondergetekende, hebben die buiten Rusland gelegen enclave voor de tweede maal bezocht. In november 2008 kwamen we er voor het eerst. Beide keren ontvingen wij een uitnodiging van de Bond, die zich inzet voor de rechten van mensen met een handicap; en niet of slecht kunnen zien is de handicap, waar wij oog voor hebben. Drie dagen hebben we onder zeer primitieve omstandigheden moeten werken in twee kleine ruimten, maar met hangen en wurgen is het toch gelukt. Bij aankomst zagen wij een 70-jarige vrouw, Ludmila, met krukken uit het jaar nul zich langs een stenen buitentrap omhoog hijsen om ons – met nog enkele vrouwen – toegewijd van dienst te zijn. We zagen ook ernstig gehandicapte kinderen, patienten met een zeer geringe visus, breekbare oude mensen, Afghanistan-veteranen, enz. Klik hier voor de foto’s

Veel dank zijn we verschuldigd aan het Ministerie van Gezondheid, die ons kosteloos onderbracht in een pas geopend kindertehuis, waarover de aardige directrice Dulebenecz Nadeshda de scepter zwaait. We hadden een uitstekende verzorging en begonnen naar ’s lands wijs elke morgen met een stevig bord pap. Ook het transport, Kaliningrad is een grote stad, werd voor het grootste deel gesubsidieerd. We mochten ook een bezoek brengen aan de minister in persoon, voorwaar een grote eer! Hij bleek zelf in Zuid-Afrika gewerkt te hebben en toonde veel belangstelling en waardering voor ons werk. Over begeleiding en tolken hadden we niet te klagen, alhoewel de taal een groot probleem is. De oogarts Dr L.L. Zamenhof kwam in 1887 al met een goede oplossing, maar de meeste mensen geven blijkbaar toch de voorkeur aan het communiceren met handen en voeten. Ook (oog)artsen, die we ontmoetten, spreken veelal geen Engels. Dat betekent ook dat zij geen kennis kunnen nemen van de vakliteratuur, die zich vooral van het Engels bedient.

Als esperantist had ik een warme ontmoeting met de plaatselijke groep in Kaliningrad, waarbij ook vertegenwoordigers van de Invalidenbond en een journaliste aanwezig waren. Ik kon daar goed mijn verhaal kwijt. Ik sprak er met Halina Gorecka, aan wie vorige maand, samen met haar man Alexander, in de Duitse stad Aahlen de FAME-prijs werd uitgereikt.

Mijn grootste dank gaat natuurlijk weer uit naar al die trouwe mensen, die ons uitvoerend werk financieel mogelijk maken. In oktober 2010 brachten 60 Zienderogenden 3.200 euro bijeen. Een wel gemeend woord van dank aan de Remonstrantse Gemeente in Dordrecht en aan opticien Rob Boon, die daar over het werk van Zienderogen vertelde.

Afgeschreven werd in die periode ruim 5.500 euro (glas, apparatuur, huishuur familie Habboudi in Marokko, verhuiskosten van het gezin van de weduwe met 4 visueel gehandicapte kinderen in Mauritanië en het bouwproject Blinden- en slechtziendenschool in Tirana). Kortom, we hadden een goede missie in Rusland, waarvoor we velen oprecht dankbaar zijn. Zo groet ik u weer met het gebruikelijke Tot Ziens,

Jacques Tuinder