Nieuwsbrief maart 2011

Welkom

Beste lezers,

Zojuist lees ik in mijn krantje (Volkskrant, 5 maart 2011) een commentaar onder het kopje ‘De prijs van een nier’. Het afgewogen oordeel van Peter Giesen is (kort samengevat): “Een bescheiden vergoeding voor het afstaan van een orgaan is acceptabel. Maar de mens is geen koopwaar. ”

Op onze missies ontstaat vaak een discussie over het onderwerp: “Moet je de mensen zomaar een bril helemaal voor niks geven? Want: wat je voor niets krijgt, heeft geen waarde”. Nou, in Kaliningrad ontvingen wij gedurende ons gehele verblijf voor vijf teamleden GRATIS kost en inwoning in een kindertehuis en GRATIS een busje met chauffeur. We hebben deze ‘geschenken’ enorm gewaardeerd. En van twee grote bedrijven kregen wij GRATIS duizenden nieuwe monturen. We hebben dit zeer op prijs gesteld. Voor het overgrote deel werd een nieuwe computer voor oogmeting gesponsord. We kunnen daarvoor niet dankbaar genoeg zijn! Deze computer is ideaal. Hij meet zo zuiver, dat nog nauwelijks een nameting met de pasbril behoeft te volgen. Opticiens kunnen nu eenvoudiger en sneller mensen met een verstandelijke beperking meten, maar ook bedpatienten. En staan er grote massa’s ongeduldig te wachten, dan kunnen die rap worden ‘weggeholpen’… Zou die sponsoring van de optische industrie ‘minder gelukkig’ zijn, omdat we zo’n kostbaar apparaat van elfduizend euro cadeau kregen?

Wij worden in de regel uitgenodigd door het bestuur van een Blindenbond, die verantwoordelijkheid draagt voor onze missie en een programma maakt, gericht op de armsten van de armen. De gastheer/vrouw maakt lijsten met daarop namen van patienten die hij/zij aanwijst. Dan komen we ook niet aan het brood van de gevestigde opticiens! Soms hoor ik wel een teamlid zeggen: “Die vrouw of man (die op de lijst staat) zou best zelf een bril kunnen betalen! ” Maar het kan ook zijn, dat zij of hij een goede sponsor is van de Blindenbond of voor ons onbekende andere verdiensten heeft, op grond waarvan de naam op de lijst voorkomt. Dat kunnen wij dus niet beoordelen.

Zelf verkondig ik steeds: we willen ons werk buiten de commerciele sfeer houden en niet de indruk wekken, dat we er aan verdienen. Dan zou je de patienten gaan dwingen met een inkomensbriefje naar de oogmeting te komen, en dan moet je tegen Jantje zeggen: “jij betaalt zveel’ en tegen Pietje; “ga jij maar naar de stad, want je kunt het best zelf bekostigen! ” Dan schep je een onwerkbare situatie met schreeuwende en verontwaardigde mensen. Ik zeg er altijd bij: “Wij maken u graag gelukkig met een bril, die u helemaal voor niks krijgt, zoals wij hier voor niks verblijven en voor niks vervoerd worden. Maar brengt u op uw beurt ook een beetje zon in het leven van iemand die het niet zo getroffen heeft. Want geluk vermenigvuldig je door het te delen. En onze koude, zakelijke wereld kan best een portie meer geluk gebruiken! ” Zo wordt elke gratis verstrekte bril toch betaald in ‘ik maak een eenzaam mens blij met een bezoekje’ of ‘ik breng een zieke een bloemetje.’ De Stichting Zienderogen wordt van die paar centen niet rijker, maar de aarde zo wel een tikje zonniger…

Ja, er was eens een leraar, die het zo mooi kon vertellen. Gezien het grote aanbod van leerlingen gaf hij het liefst les in een openluchtschool. En over klassegrootte gesproken, er zaten bij hem wel eens vier- of vijfduizend mensen in de groep, vrouwen en kinderen niet meegerekend. Hij moest wel een flinke stem hebben gehad, want hij werkte zonder geluidsinstallatie… En hij kon zo goed les geven, dat de mensen aan zijn lip hingen en geen benul van tijd meer hadden. Dagen gingen voorbij. En toen dacht die onderwijzer: ze zullen wel eens een beetje trek beginnen te krijgen! “Hebben jullie geen honger? Is er misschien iemand die eten bij zich heeft? ” Nou, toen kwam er een leerling met een rugzakje (had je toen al in die dagen!) naar voren. En in dat rugzakje zaten vijf broden en twee vissen. “Nou, dat moet kunnen”, zei de meester. ‘Lijkt me sterk’, werd er gefluisterd. “Ga maar zitten! ” zei hij. En wat zo gek is: hij zei tegen niemand: “Jij kunt het best zelf betalen! ” Of: “Jou sla ik over, want jij hebt ook niks voor een ander over! ” Of: “Jij hebt het niet verdiend, omdat je af en toe ging spijbelen! ” Nou, ze begonnen uit te delen, en je houdt het niet voor mogelijk: ze aten allemaal hun buikjes rond, en toen gingen ze op de groene grasmat de rijen langs en begonnen korven te vullen met overgebleven stukken brood en wat er nog aan de vis kon worden afgekloven. Twaalf manden vol. Niemand betaalde ook maar een enkele cent. Niemand trok zijn portemonnaie of moest zijn loonbriefje laten zien… Een prima manier om op het onderwijs te bezuinigen, als je de juiste leerkrachten maar aantrekt. Graag de mening van zienderogenden in deze! Ik leer, op mijn beurt, weer graag van allen die met ons werk meeleven!

Op 12 maart 2011 gingen er weer vijf vrijwilligers (hetzelfde team van vorig jaar!) naar Mauritanië om er een Optisch Centrum op te zetten. Ook weer voor de armsten van de armen, maar in dat land is bijna iedereen arm en ongeletterd! Hoe dan ook, alle mensen willen graag zien, zoals ook alle mensen naar een boterham uitzien, als ze honger hebben. Ik ben benieuwd naar de verhalen van Erna, George, John, Leo en Tom. Ik ben ook erg benieuwd hoe die weduwe met zeven kinderen (waarvan vier met een visuele handicap) het maakt na de verhuizing van een klein dorp naar de grote stad, waar een blindenschool gevestigd is. Ik houd u op de hoogte.

Veel dank aan allen, die in nog geen maand tijd, in de periode van 7 februari tm 4 maart, 14.000 euro bijeenbrachten. Dank aan Stichting Winckel-Sweep en aan de diakonie van de protestantse gemeente in Heemskerk, Maar ook aan mevrouw A.L.M. Luitjes-Bakker, die onlangs 90 jaar werd en zelf niet meer spaart voor ‘een appeltje voor de dorst’…

Tot slot laat ik u nog weten, dat wij via een Esperanto-relatie een uitnodiging ontvingen van de Blindenbond in Mwanza (Tanzania) en dat ook een missie naar Gambia op komst is.

Zo dank ik u allen allerhartelijkst voor de steun, die we weer mochten ontvangen. De ‘klassegrootte’ (donateursbestand) van Zienderogen is ongeveer 500; dat is heel wat kleiner dan van die meester, over wie ik het zojuist had… Maar ik kan van u ook niet verlangen dat u dagen aan mijn lippen blijft hangen. Graag tot ziens, wie weet: ooit bij een picknick!

Jacques Tuinder