Eindejaarsbrief 2008-2009

Welkom

(ten behoeve van de Oecumenische Basisgemeente K.G.IJ)

Het is goed eerst even te vermelden, dat ‘Zienderogen’ tijdens het verslagjaar – november 2008 – haar 43e actiejaar is ingegaan. En jaar op jaar moet worden vastgesteld, dat de onnodige blind- en slechtziendheid in de wereld alleen maar toeneemt. Evenals, trouwens, het aantal hongerlijders, dat inmiddels de 1.000.000.000 is ge-passeerd. Kun je dus maar beter meteen ophouden? Een retorische vraag!

Waar onze vrijwilligersorganisatie vanaf de start in 1966 leeft van de hoop – de initiatiefnemer is nu eenmaal esperantist, dit is gebruiker van de Taal van de Hoop – is opgeven er niet bij.

Het belangrijkste ‘nieuws’ waarmee moet worden begonnen, is het feit, dat onze stichting een grandioze ambassadeur heeft gevonden in de persoon van Bram Bol, een man met een uitstekende reputatie en goed ingevoerd in de wereld van de optiek. Hij heeft ons werk geintroduceerd op de Optiekbeurzen in Gorinchem en Nijkerk, en in diverse vakbladen van de branche, en dat betekent dat we veel steun krijgen in de vorm van apparatuur, monturen, glazen, lees- en zonnebrillen, maar ook in menskracht. Wij hebben al een waslijst van opticiens die graag een keer ‘in het veld’ willen werken. Velen helpen met het inslijpen van glazen.

We kunnen gelukkig terugzien op een vruchtbaar jaar, waarin maar liefst vier missies plaats vonden: in november waren wij aan het werk in Rusland, in januari in Roemenië, ook in april in Roemenië, en in mei met twee teams in Oekraïne. En op het moment, dat ik dit verslag schrijf bereiden we een tweede missie naar Rusland voor, ditmaal in de Kaukasus (5 tot 20 oktober). Ten aanzien van onze kontakten met de Blinden- en slechtziendenbond in Kaliningrad, moet worden gerapporteerd, dat het bestuur ons graag ziet terugkomen met een of meer oogartsen, met name om de grote aantallen staarpatienten te opereren, die wij in november gezien hebben en die uiteraard met een bril niet konden worden geholpen.

Karakteristiek voor ‘Zienderogen’ is, dat wij niet gaan uitpluizen of land A of land B al dan niet ontwikkelingslanden zijn. Maar we zeggen ook nooit: we helpen niet in individuele gevallen, en zeker niet als gevallen mensen, aankomende of gevorderde mensen, blijken te zijn. Inmiddels hebben wij de zorg voor twee blinde kinderen in Marokko, twee in Roemenië en vijf in Congo. In Eritrea helpen wij een volwassen blinde vrouw met het volgen van een opleiding, die haar mogelijk in de toekomst aan een baan kan helpen. We steunden ook twee volwassen slechtzienden uit een gezin in Congo.

Voor de komende tijd proberen we missies voor te bereiden naar Congo, Eritrea, Letland en Marokko. En omdat we regelmatig brilrecepten uit Mauretanië en Togo krijgen, zit het er wel in dat we ook die landen zullen bezoeken. Gezien de ‘wachtlijst’ van opticiens die ‘trappelen’ om wat te gaan doen, kunnen we onze actieradius vergroten. Daar staan ook onze ambassadeur en bestuursleden in het opticiensvak achter!

Al met al overziende, is het de vraag of een ‘eenling’ dit werk op deze wijze straks zal kunnen voortzetten. En… met handhaving van het bijna ‘heilige’ keurmerk: 100% naar het Goede Doel.

Ten aanzien van Albanië wordt nog steeds geprobeerd het vervolgonderwijs goed van de grond te krijgen. Probleem is, dat de transporten zijn opgeschort omdat voor alle hulpgoederen hoge invoerechten moeten worden betaald. Veel spullen, bestemd voor de blinden- en slechtziendenschool in Tirana, staan al maandenlang te wachten, terwijl onderwijsgevenden en leerlingen erom zitten te springen. Een bijkomend probleem is, dat de minister van onderwijs een stuk van de blindenschool heeft afgenomen om daar dove kinderen aan ruimte te helpen… Ja, het gaat in het land, dat Het Armenhuis van Europa wordt genoemd maar alles in het werk stelt om bij de E.U. te komen, niet allemaal van een leien dakje!

Ook onze projecten in Tadzjikistan verlopen uiterst moeizaam. Een van de NGO’s waarmee we samenwerkten is vanwege de christelijke signatuur het land uitgezet. We trachten nog steeds een studio voor het gesproken boek te realiseren en sturen veel leermiddelen zoals braillepapier, schrijfborden en prikpennen.

Tijdens het verslagjaar werden weer honderden pakketten met hulpgoederen verstuurd naar circa 50 adressen.

Dankbaar zijn we de Oecumenische Basisgroep KGIJ voor de jaarlijkse collecte, maar daarnaast zijn er ook enkele leden die ons trouw steunen. Veel hebben wij te danken aan de Kringloopwinkel De Groene Ezel, het gemeentebestuur van Heemskerk, de Landelijke Stichting voor Blinden en Slechtzienden, 40 MM, de Stichting Fraternitas en de Optische Industrie. Maar de grootste dank gaat naar al die vrijwilligers die, soms met het opgeven van twee weken vakantie, keihard willen werken in ‘uitzichtloze’ omstandigheden. Zienderogen kunnen wij ons voorlopig nog niet opheffen…

Jacques Tuinder, 1 oktober 2009