Een ontwapenende vriendschap

Welkom

“Mijn zegen heb je, Bram…”

U moet weten, dat ik nog maar een snotneus van 16 was, toen mijn vader mij met een goede collega van hem in contact wilde brengen. Dat te meer omdat hij ook esperantist en vredesactivist in hart en nieren was. Pa dacht en hoopte, dat ik hem wel zou weten te winnen voor wat in die dagen voor ‘het enig ware geloof’ gold.

Ik belde – toch wel een beetje nerveus – aan bij Bram Treurniet, een achternaam die helemaal niet bij hem paste. Een aardige, geestige, wijsbegerige man, boekbinder van professie en met een overweldigende belangstelling voor literatuur en talen; met name voor geschiedenis had hij een aanstekelijke passie. Hij correspondeerde met tal van mensen over de hele wereld. U kunt me geloven of niet, maar geloven… dat deed hij niet. “Bent u dan een godloochenaar?” vroeg ik hem op de man af. Dat was hij ook weer niet. “Ik ben een agnosticus, als je dat een geloof mag noemen.” Ik had dat woord nog nooit gehoord en liet het me uitleggen. “Ik ben Treurniet en Kweetniet”, zei hij lachend.

“Maar j ij bent rooms?” Ja, dat was ik, alhoewel ik een bloedhekel had aan die kwalificatie. Ik was ‘gewoon’ katholiek. En daarmee uit. Of ik wel eens gehoord had van de Tien Geboden. Nou, dat was in elk geval een bekend terrein. En of in mijn geboden ook het gebod stond niet te doden. Ik kon het niet ontkennen. En of ik wist waar je de tekst “Heb je vijanden lief” kunt vinden. En of ik weet had van ‘die andere wang’.

Moet ik ook mensen lief hebben, als De Wettige Overheid ze tot mijn vijanden bombardeert? Als ik in het leger zou zitten, moest ik bijv. mensen te lijf gaan en uitschakelen met wie ik eergisteren nog vriendschappelijk een interland gespeeld en een pilsje gedronken had! Mensen, die dan – net als ik – gedwongen werden een heel ander uniform met een vechtpet te dragen en ‘kistjes’ aan hun voeten! Een schietding over de schouder en keihard brood in hun ransel. Wellicht zou ik als Jan Soldaat de (godslasterlijke) tekst GOD MET ONS op mijn riem kunnen lezen…

Bram legde me uit, waarom hij Kweetniet van overtuiging was. “Ik wil het een god niet aandoen, die christenen ervan verdenken dat hij zo wreed en gewetenloos zou zijn wapenen te zegenen om Zijn eigen kinderen om te brengen.” Ja, als je een pacifist ontmoet, dan loop je kans, dat het over zaken van leven en dood, oorlog en vrede gaat. Zie je het voor je: er botsen twee vijandelijke legers op elkaar, en twee pontificaal uitgedoste kerkvorsten, medeverantwoordelijk voor dood en verderf op katholieke grondslag, staan allebei met een wijwaterkwast in hun hand te oreren, of het Gode wil behagen hun zijde te kiezen. Wat een dilemma voor de Gever van Alle Leven! Ik kon het niet geloven, maar Bram hield vol. “Sla de boeken er maar op na!”

In 1970 kocht ik bij antiquariaat Coebergh in Haarlem voor slechts twee tientjes het driedelige Pontificale Romanum, in M.D.CCC.XLV bij een erkend drukker van de H. Stoel te Mechelen uitgegeven. De te bidden en te zingen teksten zijn zwart gedrukt en de rubrieken natuurlijk in rood uitgevoerd. Er staan schitterende en sterk tot de verbeelding sprekende gravures in. Drie juweeltjes voor bijna niets! Ze hebben destijds toebehoord aan een zekere A.A.J.van Rossum, niet de bekende kardinaal, die Willem Marinus van Rossum (1854-1932) heette.

Deel II verlost iedere agnosticus (in casu = iemand die niet zeker weet, of Onze Moeder de Heilige Kerk wel rituelen kent om wapenen te zegenen) van zijn vreedzaam agnosticisme. We vinden in het Pontificale drie zegeningen, en wel van de wapenuitrusting (benedictio armorum), van het zwaard (benedictio ensis) en van de krijgsbanier (benedictio vexilli bellici). Het komt alleen een bisschop toe, staande en met onbedekthoofd (stans sine mitra), deze zegenbede te verrichten. Vandaar ook dat er een legerbisschop moet zijn; voor de Lage Landen is bisschop Punt daartoe aangewezen.

Staan er bisschoppen aan beide zijden van de vuurlinies te zegenen en te bidden, dan moet de Lieve Heer wel denken: “Kweetniet!” Nou, vechten jullie het samen maar uit, maar laat Mij er buiten (ook een van de Tien Geboden!).

In kerkjargon is de bisschop een Pontifex, een Bruggenbouwer, en de bisschop van Rome is de Pontifex Maximus. Maar uit mijn parate kennis, opgedaan tijdens het gewelddadig gedoe van oorlogvoerenden, heb ik begrepen dat er meer bruggen vernield dan gebouwd worden.

De plaatjes in het Pontificale zijn vertederend naief. Op de altaartafel zien we een vrij onschuldige klederdracht, waarin krijgers een paar eeuwen geleden op het slagveld hun destructieve krachten maten, spullen die je nu in een museum kunt bewonderen. Maar hoe leg je in godes of vredes naam een pantserwagen, een bommenwerper of een fregat op het altaar?

De zegen wordt geopend met ‘Onze hulp is in de Naam van de Heer’. Ik denk dan: aan de daadkracht en efficiëntie van die hemelse Helper wordt kennelijk getwijfeld, als Hij niet zonder ’s mensen militair (on)machtsvertoon vermag te helpen! Maar in Zijn helpende hand, zo wordt gebeden, ligt de totale overwinning (victoria plena). Wapenen worden ‘almifica’ (= zegen uitdelend, verkwikking brengend of gelukkig makend) genoemd. Zij moeten de Kerk, onmondigen en weduwen, verdedigen en bewaren. En die het zwaard dragen, doen dat met in hun rug niets minder dan goddelijke inspiratie (Te inspirante). Wapenen moeten verwarring stichten bij de vijanden van Christus’ Kruis! En voorzover de menselijke zwakheid dat toelaat, Heer, laat niemand ten onrechte verwond raken! U bent een God die de oorlog de oorlog verklaart en te hulp schiet die uw hemelse bijstand verhopen.

De bisschop bidt, dat de dragers van wapenen en banieren (‘wil Gij hen beschermen en verdedigen’) dat doen omwille van de gerechtigheid.

Laat ik sluiten met het laatste ‘schietgebed’, dat in het Pontificale staat afgedrukt: “Neem hier het Vaandel, door hemelse zegen geheiligd, en laat het de vijanden van het christenvolk schrik aanjagen. Moge de Heer u zijn genade schenken om daaronder, tot Zijn Naam en Eer, ongedeerd en veilig door de vijandelijke linies krachtig heen te dringen (potenter penetrare).

Bram, die eerlijke zoeker, is een paar jaar geleden vredig en vol overgave op hoge leeftijd gestorven. Wat jammer, dat hij het niet mocht beleven dat de Verenigde Staten overwegen militairen te gaan terugtrekken uit oorlogsgebieden om die in te ruilen tegen anthropologen! Hij is vast en zeker aangeland op een plek waar niet getreurd wordt, ook al omdat daar een eind is gekomen aan alle ‘kweetnietigheid’. Ik ga ervan uit, dat mijn vriend een ereplaats heeft toebedeeld gekregen onder lieve, tot over de grenzen van de dood vredestichtende, zielen…

Jacques Tuinder

Heemskerk, 3 november 2007.