Zienderogen in de Media – Fa-Med magazine (november 2012)

 “De dankbaarheid van die mensen is zó mooi. Ze zijn niet alleen heel erg blij met hun nieuwe bril, maar waarderen vooral het respect waarmee wij ze behandelen”, vertelt Rob Boon. “De artsen in dat soort landen kijken vaak neer op deze mensen en buiten ze geregeld uit. Alleen als ze extra betalen worden ze goed geholpen, anders moeten patiënten gerust drie uur of vergeefs wachten.”

Elk jaar vertrekken diverse groepen vrijwilligers van Stichting Zienderogen op uitnodiging van plaatselijke organisaties en stichtingen voor een missie naar tweede en derdewereldlanden. Congo, Roemenië, Guinea, Gambia, Tanzania, Mauritanië, Oekraïne en Rusland; ze komen overal. De opticiens en optometristen controleren of er oogziekten zijn en meten de oogsterkte op van slechtzienden die zich geen bril kunnen veroorloven. De glazen worden in Nederland op sterkte geslepen en in het door de mensen gekozen en door sponsoren geschonken montuur geplaatst. “Daarna sturen we de brillen naar onze contactpersoon in dat land. Dat is meestal iemand van de kerk of een hulporganisatie, die ze weer uitdeelt aan de juiste personen. We proberen jaarlijks ongeveer 60.000 euro aan sponsorgeld op te halen en dat bedrag ook weer te besteden.”

Vieze luchtjes
Het ultieme doel van Zienderogen is om de plaatselijke bevolking op te leiden de metingen zelfstandig te verrichten en de brillen in samenwerking met de lokale opticien te maken. Daarom wordt al tijdens een eerste bezoek contact gezocht met medische studenten. Die kijken mee en mogen een volgende keer dat Zienderogen in het gebied is onder toezicht metingen verrichten. Het jaar erop gaan ze zelfstandig aan de slag. Al houdt de stichting altijd een oogje in het zeil. Mocht er geen lokale opticien zijn, dan worden de glazen in Nederland gemaakt.

“Als je meegaat op een missie moet je zeker niet bang zijn voor vieze luchtjes, want veel mensen die bij ons komen hebben zich soms weken niet kunnen wassen”, vertelt Boon. Het is misschien daarom wel zo aandoenlijk om te zien hoe sommigen juist proberen om zo schoon en netjes mogelijk voor de dag te komen. “In Ternopil in de Oekraïne zag ik op een bankje in de achtertuin van het gebouw waarin wij werkten een man zichzelf wassen en scheren. Hij had ook schone kleding bij zich. Pas toen hij klaar was nam hij plaats in de wachtkamer.”

Erfelijke afwijking
Rob Boon is in het dagelijks leven optometrist en opticien. Hij runt de gelijknamige brilmodeketen met dertien vestigingen in Zuid-Holland en Noord-Brabant en is inmiddels vier keer op missie geweest. Tot nog toe steeds in de Oekraïne. Die missies hebben een onuitwisbare indruk op hem achtergelaten. Zo staat het bezoek van een vrijwel blind echtpaar en hun twee kinderen nog steeds op zijn netvlies gebrand. “Dat was in het Oekraïnse Lviv”, vertelt Boon. Zijn stem krijgt even een andere klank. “Papa had een zichtvermogen van bijna niets en bij het kind op zijn schoot was één oog verwijderd. De vrouw had door een tumor haar twee ogen verloren en voor het kindje op haar schoot was een operatie nodig om te voorkomen dat het een van de ogen zou moeten missen. Voor de vader hebben we een bril geregeld, waardoor hij weer iets kan zien, en het kleinste kind is doorgestuurd naar de oogarts. Later bleek dat het een erfelijke afwijking betrof, van moeders kant. Dat wist die vrouw ook, maar haar kinderwens was zó groot dat ze willens en wetens het risico accepteerde dat haar kinderen net als haar zouden eindigen. Dat is bijna crimineel gedrag.”

Corruptie en dankbaarheid
Je zou verwachten dat de vrijwilligers van Zienderogen met open armen en alle egards worden ontvangen. Ze komen immers goed werk verrichten. Helaas is de werkelijkheid wel eens anders en lopen ze geregeld tegen een onwelwillende overheid op of krijgen ze te maken met corruptie. Zoals die keer op weg naar de Oekraïne toen Boon en zijn reisgenoten bij de grens werden tegengehouden om invoerrechten te betalen over de brillen. “Omdat we die zouden verkopen, zeiden ze. We zijn meteen omgekeerd, hebben de brillen verstopt en zijn even verderop de grens overgestoken. Een dag later ontmoetten we de mensen voor wie we daar waren en ontvingen zo veel dankbaarheid. Dat maakt alles weer goed.”

Die dankbaarheid is zo groot dat de vrijwilligers, eenmaal terug in Nederland, geregeld een bedankje krijgen. Boon laat een foto zien. Daarop staan een man en een vrouw. Ze dragen hun nieuwe bril en kijken trots in de lens van de camera. Op een andere foto houdt een man een bord voor zich. ‘Dank je wel Rob Boon’ staat erop geschreven. “Dat zijn de leuke dingen. Als je zo’n mailtje krijgt, weet je weer waarvoor je het doet.”

Bron: Fa Med Magazine, november 2012

[dcwsb inline=”true”]